De autorit

Over een paar weken vertrekken weer vele gezinnen naar de zon. Ik ben ook dol op vakantie. Ik ga het liefst zo vaak mogelijk weg en droom van warme oorden. Er is alleen een ding of eigenlijk twee dingen die ik vreselijk vind aan de vakantie. En dat is de hel heen en terug in de auto. 


Dan vraag ik me altijd af, als we massaal in de file staan richting de vakantie bestemming of wij daar nu echt alleen last van hebben? Of dat de rest van alle gezinnen ook op dat moment door een hel gaan. Ik weet wel van vroeger dat het ook geen doorslaand succes was. En toen hadden we niet eens airco, navigatie en dvd! Als het heet was, werden er handdoeken voor de ramen gespannen en we zongen liedjes. Toch kan ik me niet herinneren dat het zo erg was als nu!

 

Vaak als we al bij het eerste stoplicht zijn aanbeland, hoor ik al vanaf de achterbank: “Zijn we er al?”. “Nee schat, we hoeven nog maar 1000 kilometer”. Vraag 2: “Mogen we wat lekkers?” “Nee schat, het is 3 uur s’nachts, ga nu maar lekker slapen”. En dan dacht ik: “We vertrekken lekker vroeg, dan slapen ze een paar uur in de auto en als ze wakker worden, zijn we al een eindje onderweg”.

Nee, hoor! Mijn kinderen gaan dan niet slapen. Die zijn gewoon klaar wakker en willen snoep! 

 

Dan nog een aardig bijkomstigheid. De oudste heeft last van wagenziekte. Daar heb je van die smerige gele pilletjes voor. Een keer dacht zijn broertje dat het een lekker snoepje was, maar die vergist zich in ieder geval niet meer. Net op het moment dat ik me afvroeg waar dat autopilletje was gebleven, zag ik hem luid gillend door het huis rennen, richting de tuin. Daar spuugde hij alle gele stukjes uit en rende vervolgens naar binnen om te gillen om water. 

 

Maar laat ik door mijn eigen suffigheid midden in de nacht nu net altijd vergeten om dat pilletje te geven. 

Gelukkig komen we in de auto altijd snel achter mijn vergissing, als ik op de achterbank: “Ik ben niet zo lekker", hoor. En vervolgens de hele achterbank wordt ondergespuugd. Toch weer prettig dat we zo vroeg zijn vertrokken, want in het donker weet je nooit precies waar het allemaal terecht komt. En dan zijn we pas bij Breda en hebben we nog 950 kilometer te gaan!

De jongens zijn klaarwakker, de auto ruikt zuur en de stemming zit er al aardig in. 

 

De jongste doet geen oog dicht en staart naar de lichtjes buiten. De andere twee dommelen vaak op een gegeven moment toch wel aardig in of kunnen we ze nog aardig vermaken met een dvdtje. 

 

Maar na een paar uurtjes begint de jongste toch behoorlijk te jengelen en de speen valt om de haverklap op de grond tussen al de vakantiespullen die we bij zijn beentjes hebben gepropt. En dan moet ik om de 5 minuten, zo lenig als ik ben, als een soort van slangenmens vanaf de voorstoel, proberen om helemaal tussen de stoelen door de, speen van de grond te vissen. Inmiddels zijn de oudste twee elkaar ook zat en daar begint het gemor, gepor, geduw, aantal scheldwoorden erbij tot de echte matpartij begint. Dan is het feest compleet. Nog 500 kilometer te gaan! 

 

Ik zit dan inmiddels opgevouwen achterin Bumba te kijken. De oudste met zakje voorin. 

Hopend, tot we “we zijn er bijna” kunnen zingen!

 

Dus ik denk dat we de volgende vakantie een bus huren met op elke bank 1 kind. Of een geluidsdichte wand tussen de voorstoelen en de achterbank in. Dat is ook een oplossing. 

 

Reactie schrijven

Commentaren: 0